Leiderschap: Ik was de middelste, maar werd de oudste.

Leiderschap is geen eretitel. Het is een offer. Je neemt beslissingen die niet jou vooruit helpen, maar ons allemaal. Je kijkt verder dan vandaag. Je beschermt wat kwetsbaar is. Je denkt aan de kinderen die nog geboren moeten worden. Aan het land, de dieren, de lucht, het water. Aan het behoud van iets dat groter is dan jijzelf.

5/8/20242 min read

In veel culturen is leiderschap iets dat met de paplepel wordt ingegoten. Niet geleerd, maar geërfd. Eerstgeborenen worden haast automatisch klaargestoomd voor opvolging. Dat geldt voor koningshuizen, en dat gold ook in het gezin waar ik vandaan kom. De oudste zoon was onze charge d’affaires, de vanzelfsprekende opvolger als de ouders er niet meer zouden zijn.

Ik leerde schakelen tussen boven en onder, oud en jong, boos en verdrietig

Ik was de middelste. Geen kroon, geen erfelijke macht. Maar het midden is geen niemandsland. Het is een plek van verbinding. Als kind leerde ik schakelen tussen boven en onder, oud en jong, boos en verdrietig. Ik was de bemiddelaar, de gangmaker, degene die nuance aanbracht waar zwart-wit tegenover elkaar stond. Een rol die ik niet koos, maar die mij koos, en me vormde.

Toen overleden mijn ouders. En niet lang daarna mijn twee oudste broers. En opeens stond ik vooraan. Niet omdat ik dat zo gepland had. Maar omdat het leven dat van mij vroeg.

Nu geef ik mijn zusje en nichten weg bij hun huwelijk. Nu leid ik de rituelen bij ziekte en overlijden. Nu word ik geacht niet alleen mee te lopen, maar voorop te gaan. Dat vraagt iets van mij wat ik vroeger nooit hoefde op te brengen: leiderschap. Niet het soort leiderschap dat zich voedt met ego en status. Maar leiderschap dat geworteld is in dienstbaarheid. In zorg. In het collectief.

Leiderschap is geen eretitel. Het is een offer. Je neemt beslissingen die niet jou vooruit helpen, maar ons allemaal. Je kijkt verder dan vandaag. Je beschermt wat kwetsbaar is. Je denkt aan de kinderen die nog geboren moeten worden. Aan het land, de dieren, de lucht, het water. Aan het behoud van iets dat groter is dan jijzelf.

Wat ik geleerd heb van mijn grootouders, van mijn ouders, van het observeren is dit: als jij groeit, maar je familie gaat achteruit, dan ben je geen leider. Dan ben je gewoon iemand die zichzelf belangrijker vindt dan het geheel. Dan deugt er iets niet.

En toch, dat is waar we vandaag massaal zijn beland. In een wereld waar de machtigen hun volk als koopwaar behandelen. Waar leiders oorlog voeren met een glimlach. Waar woorden als ‘vooruitgang’ vooral winst betekenen voor enkelen.

Daarom hebben we nieuwe leiders nodig. Niet van de oude stempel, maar van een nieuwe geest. Mensen die de rol niet zoeken, maar erin worden geroepen. Zoals ik, niet gekozen, maar geschoven. Niet gedreven door ambitie, maar door plicht.

En ja, die mensen bestaan. Maar ze zijn geen politici. Ze zijn vaders, moeders, buurtgenoten, stille krachten in de samenleving. Hun leiderschap herken je niet aan hun stemvolume, maar aan hun moreel kompas. Zij zetten de ik in dienst van de wij.

Zulke leiders moeten we naar voren schuiven. Niet later. Nu. Voor het te laat is. Want zolang hebzucht regeert en empathie wordt weggezet als zwakte, blijven we achteruitgaan. Alleen dienstbaar leiderschap kan die trend keren.

Met de verkiezingen in aantocht is het aan ons om te kiezen: blijven we stemmen op wolven in schaapskleren, leiders die heersen door te verdelen, die angst zaaien en waarheid verdraaien, of maken we ruimte voor een nieuw soort leiderschap? Een leiderschap dat niet manipuleert, maar verbindt. Niet verdeelt, maar verzorgt.

Dit is geen tijd voor sterke boze mannen en vrouwen, maar voor sterke waarden. Geen tijd voor zelfzucht, maar voor zelfreflectie. Kijk goed wie je naar voren schuift, want ook een volk heeft leiderschap te dragen. En de keuzes die we nu maken, zullen bepalen of we samen vooruitgaan of alleen achterblijven. De keuze is aan ons.

Gepubliceerd op 23 juli 2025.

Meer columns van Babah lees je op Trouw.nl